Dale en ik zijn in April 2003 naar Amsterdam gevlogen en zijn per trein naar Giessen (Duitsland) gereisd, waar de drie Cab-Bikes op ons stonden te wachten. Onze dochter Erika zat destijds op de universiteit van Wenen en kwam tijdens de voorjaarsvakantie naar Giessen. We moesten de Cab-Bikes van Giessen naar de rederij in Rotterdam zien te krijgen, maar werden geconfronteerd met een aantal beperkingen. Omdat Erika nog niet veel gefietst had, wilden we de steden en heuvels zien te vermijden. We hadden Bikeline gidsen van de fietsroutes langs de Rijn en de voornaamste rivieren bij ons, maar zagen in dat langs de rivieren fietsen te lang zou duren en ons teveel door dichtbevolkt gebied zou leiden. De tocht zou aanzienlijk korter worden wanneer we per trein door de heuvels tussen Giessen en de Rijn zouden reizen. Na overleg heeft Margitta Hoffmann van Cab-Bike een trein voor ons uitgezocht van Giessen naar Krefeld. Hierbij werd rekening gehouden met voldoende tijd voor laden en lossen.
Drie Cab-Bikes in een treinwagon voor fietsen passen kost tijd en vergt enige vakkundigheid bij het laden, maar het is ons gelukt. Om te voorkomen dat er onvoldoende ruimte beschikbaar zou zijn hebben we de eerste trein op zondagochtend genomen.
Krefeld ligt vlakbij Keulen, en bevindt zich al in de vlakke lage landen die zich naar het Noorden toe naar Nederland uitstrekken. Toen we aankwamen werden we door het personeel van de spoorwegen het spoor over geholpen. Ze hebben voor ons het uitgangshek geopend waardoor we de trap naar het station konden omzeilen.
Daarvandaan zijn we door de stad naar Nordwall Strasse gereden en zijn linksaf geslagen naar de ring (west). Vervolgens zijn we de Westparkstrasse gevolgd naar Konrad Adenauer Platz, waar we linkaf geslagen zijn op Kempener Allee. Dit is een aangegeven fietsroute. We zijn Kempener Allee uitgereden totdat deze overging in Venloer Strasse waar het fietspad de weg verlaat en in een loep naar het westen afbuigt totdat ze weer terugkomt op de Venloer Strasse (hiervoor hadden we een “Radwanderkarte” genaamd “Fahrrad-freundliches Krefeld” uit 1993, die ons gegeven was door een behulpzame kerel op het station).
Gebruik makend van een Kompass Wander- und Radtourenkarte (752) Niederrhein Nord 1: 50 000, zijn we naar het westen in de richting van Kempen gefietst, waar we de nacht hebben doorgebracht. Onderweg hebben we verschillende malen de weg moeten vragen. Op de kaart stond ook een fietsroute die naar het noorden en gedeeltelijk naar het oosten loopt door St. Hubert, Strenden en Aldekerk. Er is een weg met nummer “9”die naar het noordwesten van Krefeld naar Kevelaer loopt, dit was de richting waar wij heen wilden. Parallel aan deze weg bevond zich een fietspad, die echter bij woonplaatsen ophield. In Aldekerk en Nieukerk zijn we verdwaald, maar het waren leuke kleine plaatsen met vriendelijke mensen die ons aanwijzingen gaven. Toen we Geldern naderden, besloten we richting de kleinere woonplaatsen te fietsen. Een aardige dame stelde Walbeck voor, deze hebben we door de Herrensitz fietsroute te volgen bereikt. In Walbeck hebben we de nacht doorgebracht in het Spargelhaus (aspergehuis) hotel. Het asperge seizoen was net begonnen, dus daar hebben we lekker gegeten.
We zijn Walbeck via een bosweg verlaten in de richting van Feriendorf in Holland en zijn vervolgens Arcen in gegaan waar we een aantal gedetailleerde fietskaarten van Nederland bij de plaatselijke VVV gekocht hebben.
Deze “Kaarten voor vakantie en vrije tijd” worden door Falk in samenwerking met de ANWB geproduceerd. Ze bestrijken Nederland in 41 overlappende segmenten. Wij hebben de nummers 38, 35, 34, 21, 26 en 27 gekocht.
Onze eerste nacht in Nederland hebben we in Venray doorgebracht. De volgende dag zijn we door Vredepel, Rips, Gemert, Erp, Veghel en Heeswijk-Dinther (waar de dame van de VVV heel behulpzaam was en ons aan de kaarten die we in Arcen niet konden vinden heeft geholpen) gereden, allemaal aan de hand van kaart 35. Vervolgens zijn we aan de hand van kaart 34 naar ’s Hertogenbosch gereden. De routes tussen de steden waren makkelijk te volgen, vanwege de witte bordjes waar in het rood de plaatsnamen op vermeld stonden, maar de routes door de steden waren minder duidelijk. We hebben in het centrum van de stad overnacht en hebben de Cab-Bikes in de garage van het hotel geparkeerd, drie op één parkeerplek. ’s Morgens hadden we moeite om de stad aan de westzijde te verlaten, blijkbaar omdat we het fietspad onder het treinstation niet hadden gezien, en zijn een beetje naar het zuiden afgedreven. Een fiets en motorfiets brug over de A59 kwam uit op een rustige weg en fietspad door Haarsteeg en naar Herpt. We zijn in Heusden verdwaald, maar wisten de brug over de Maas te bereiken. Toen we in Wijk en Aalburg aankwamen waren we wel aan een rustpauze en lunch toe. Behulpzame personen hebben ons de weg de dijk op en naar een restaurant gewezen. Ze hebben ons aangeraden de dijk te volgen, ondanks het feit dat het niet als fietsroute was aangegeven. Dit was een mooie weg met weinig verkeer. We hebben de dijk tot Woudrichem gevolgd en onderweg zijn we door Giessen gereden. Daar hebben we een foto genomen om aan te tonen dat we van Giessen in Duitsland naar Giessen in Nederland waren gereisd.
In Woudrichem zijn we met de fiets- en voetpont de Boven Merwede (die ontstaat op de plek waar de Waal en de Maas elkaar ontmoeten) overgestoken. We waren verbaasd dat dit een vrij grote en ruime pont was met een grote laadklep die het in- en uitstappen makkelijk maakte. Na het oversteken bevonden we ons in Gorinchem, waar we met moeite uit konden komen. Een voetganger gaf ons verkeerde aanwijzingen, maar drie jongens met piekhaar en fietsen stuurden ons de goede kant op richting Schoonhoven, waar we met de veerpont de Lek over zijn gestoken. We hebben nog meer onbetrouwbare informatie van een man die waarschijnlijk zelf nog nooit op een fiets heeft gezeten ontvangen, maar we realiseerde ons dat hij de richting aangaf aan de hand van de snelwegen, dus zijn we de aan de hand van onze fietskaart Schoonhoven uitgereden en zijn we op de smalle wegen langs de Vlist naar Gouda gefietst.
Onze aankomst in Gouda betekende het einde van het landelijke zuiden en bracht ons aan de rand van de Randstad. In het zuiden was het handig dat we een taalbandje bij ons hadden en dat we wat Nederlandse zinnen hadden geleerd, want zelfs in de hotels kwam het voor dat er geen mensen waren die Engels of Duits spraken. Verder in het noorden, in de gebieden waar veel toeristen komen en de industriële gebieden, was het spreken van Engels geen probleem. Dichter bevolkte gebieden brengen meestal meer criminaliteit met zich mee, dus wilden we onze Cab-Bikes veilig wegzetten, zodat we met de Pasen per trein naar Wenen konden gaan. De beste plek om in Holland je fiets veilig achter te laten is op het treinstation, waar vaak een fietsenstalling aanwezig is. Hier kun je onderdelen voor je fiets krijgen en worden reparaties aan fietsen uitgevoerd. Meestal hebben ze een paar fietsen te koop en is er een grote overdekte stalling voor fietsen en motorfietsen. Trikes kunnen gestald worden voor de prijs van een motorfiets. We kwamen aan bij het treinstation (nadat een hulpvol plaatselijk persoon ons de richting had gewezen) en waren nogal verbaasd dat de fietsenstalling door een Cab-Bike enthousiasteling werd gerund. We vonden het prachtig dat hij het Beiersche dialect machtig was, dat erg lijkt op het Oostenrijkse Duits dat wij gewend zijn. Hij heeft onze Cab-Bikes een aantal dagen gestald en wij hebben onze reis naar Wenen gemaakt.
Op Paasmaandag (een vakantiedag in het grootste deel van Europa) zijn we weer aangekomen in Gouda. Onderweg van Gouda naar Waddinxveen werd onze route geblokkeerd door een fietswedstrijd. Er was een uitgebreide wedstrijd aan de gang, waar we met plezier naar hebben gekeken, maar toen de juniorenwedstrijd begon leek het ons beter onze route aan te passen. We waren van plan Waddinxveen op de Onderweg te verlaten, maar zijn uiteindelijk naar het Noorden afgeweken, waar we in een doolhof van fietspaden door het bos verzeild raakten, uiteindelijk heeft iemand ons gewezen op een fietspad langs de weg naar Boskoop. Daarvandaan zijn we naar het westen op de Hoogeveenseweg, en vervolgens naar het noorden op de Provincialeweg naar Hazerswourde-dorp en Hazerswoude-Rijndijk gefietst. Hier bevinden zich maar weinig hotels, en op advies van een plaatselijk iemand zijn we op zoek gegaan naar Hotel Groenedijk op de Oude Rijn. Het bleek dat we ons tijdens het hoogseizoen in het tulpengebied bevonden, en hadden geluk dat we nog een kamer konden vinden.
’s Ochtends zijn we bij Hazerswoude-Rijndijk de brug over de Oude Rijn overgestoken, en zijn het Matten Kade fietspad noord/noordwest gevolgd naar het Ruige Kade fietspad langs Roelofarendsveen en naar de Lisserweg, een rustige weg door het tulpenkwekerijen gebied dat doorloopt naar Lisse, waar de Keukenhof zich bevindt. De wegen waren drukbezet door toerbussen toen we de Keukenhof passeerden, en de tulpen-, narcissen- en hyacintenvelden zagen er prachtig uit. We zijn richting Noordwijkerhout gereden, waar we naar horen zeggen hotels konden vinden. Bij de plaatselijke VVV werd ons duidelijk gemaakt dat het niet de juiste tijd was om op korte termijn naar een hotelkamer te zoeken, maar ze hebben ons doorverwezen naar een hele leuke Bed & Breakfast op Fazantenlaan 4, met een garage waar onze Cab-Bikes in konden. Daar hebben we onze bagage achtergelaten en zijn naar de Keukenhof gegaan. Fietsen kun je daar gratis parkeren. De tentoonstellingsvelden waren de toegangsprijs meer dan waard. We hadden maar een paar uur de tijd, wanneer je alles wilt bekijken kosten je dat een paar dagen.
We zijn ‘s ochtends door nog meer gebieden gereden waar bollen werden gekweekt, maar het was mistig. De Noordzee Fietsroute is een onvoorstelbare route die om de Noordzee loopt door Holland, Duitsland, Denemarken, Zweden, Noorwegen, Schotland, Engeland en weer terug naar Nederland. Onderweg moet verschillende keren met een veerpont worden overgestoken en het is een vreselijk lange route. Er zijn diverse BikeLine boeken (in het Duits, maar de kaarten lezen is niet ingewikkeld) met informatie over de route. We hebben hier één van gebruikt samen met kaart 26, voor de route van Noordwijk naar Hoek van Holland, waar deze over het algemeen door licht heuvelachtige duinen aan de kust loopt en het fietsen niet al te inspannend is. Het grootste euvel voor de Cab-Bikes waren de drempels ( in America heten deze “Speed Bumps” en in Engeland “Sleeping Policemen”). Deze bevonden zich dicht op elkaar en de Cab-Bikes konden hier niet overheen zonder de bodem te schuren. Deze moesten we diagonaal oversteken of eromheen gaan. Er was één wildrooster, deze maakte bij het oversteken veel herrie. De Noordzee konden we niet zien vanwege de mist en het feit dat het fietspad zich achter de eerste rij duinen (waar je niet mag komen in verband met behoud van vegetatie en bescherming tegen erosie) bevond. De duinen beschermen Nederland tegen de zee, dus moeten ze tegen beschadiging beschermd worden. Om de zoveel tijd kwamen we kleine plaatsen tegen en de grote stad Den Haag. Hier konden we maar met moeite doorheen komen, we hebben verschillende malen de weg moeten vragen voordat we de weg naar de duinen weer gevonden hadden. Toen we bij een winkelcentrum gestopt waren voor een snack, kwamen twee groepen fietstoeristen met identieke fietstassen en hun gids langsrijden. We vonden het niet erg dat we op onszelf aangewezen waren, maar zagen wel in dat het handig kan zijn in de stad een gids bij je te hebben. De weg langs de kust bood geen zichtbare mogelijkheden tot overnachten, en we zijn langs de Nieuwe Waterweg richting Rotterdam afgeslagen waar we een stad tegenkwamen die groot genoeg was voor een hotel. Maasluis was vroeger een belangrijke haven totdat de Nieuwe Waterweg werd aangelegd naar Rotterdam. Nu is het een vrij rustig stadje. In het centrum hebben we daar Hotel Kreta gevonden. Er was alleen een tweepersoonskamer beschikbaar, maar er was geen hotelkamer in een ander hotel in de buurt en het personeel wilde wel een extra matras voor ons regelen. We hebben daar genoten van een lekkere Grieks diner en hebben een leuke wandeling gemaakt door de stad voordat we gingen slapen. Het is niets bijzonders, gewoon een wasbak in de kamer en een badkamer in de hal en met een vreselijk steile trap naar de bovenliggende verdiepingen. Maar het personeel was erg vriendelijk en er was een afgesloten parkeerruimte voor onze Cab-Bikes. Er werd een uitgebreid ontbijt geserveerd en de plaatselijke krant werd gebeld om foto’s te maken van de Cab-Bikes
Onze laatste traject was langs het kanaal naar Rotterdam. Hiervoor hebben we kaart 27 gebruikt uit het jaar 2000. Er waren verschillende mogelijke routes naar de expediteur in de Waalhaven. We zijn niet met de veerpont van Maassluis naar Rozenburg overgestoken, ondanks het feit dat we dan de kans hadden gehad om een kijkje te nemen in het schilderachtige dorpje Brielle. Ook zou de route langs de zuidelijke kant van de haven vrij mooi moeten zijn. In plaats daarvan zijn we bij Vlaardingen met de fietspont overgestoken. De pont was leuk, maar een beetje krap bij het opstappen. De pont heeft ons tussen de 1e en 2e Petroleumhaven afgezet. Drie Cab-Bikes op het fietspad voor de grootste raffinaderij in dat gedeelte van Europa was blijkbaar onweerstaanbaar, want een free-lance televisieploeg dook uit het niets op om ons uitgebreid te interviewen.Wij zijn verder gegaan op een fietspad dat niet op de kaart stond, maar die gelukkig parallel aan de A-15 liep. Dat gaf ons tijd om in Pernis te stoppen voor lunch (probeer hier niet de bewegende helling/lift voor fietsen naar de brug te nemen, de Cab-Bike paste boven niet door de doorgang; de gewone helling naar de brug nemen werkt beter). Terug op het fietspad zijn we de borden richting Rotterdam gevolgd en hebben de Cab-Bikes in de Waalhaven op de Albert Plesmanweg achtergelaten waarvandaan ze per vliegtuig naar Minneapolis zouden worden verscheept. Het leek ons een goed teken dat de straat genoemd was naar de oprichter van de KLM. Met het personeel van Trans Ocean konden we goed overweg. Onze grootste probleem was dat ze alleen met contant geld werkten, en de plaatselijke banken wilden onze Traveler’s Cheques niet inwisselen (we hadden VISA Traveler’s Cheques in plaats van American Express en deze konden we alleen bij het Centraal Station inwisselen). Een medewerker heeft ons naar het Centraal Station gebracht, waar we de cheques hebben ingewisseld. Vervolgens zijn we met de trein naar Amsterdam vertrokken. Dit gaf ons nog een kans de tulpenvelden te zien, niet van dichtbij zoals vanuit de Cab-Bikes, maar we hebben er wel veel meer van gezien.
Voor degene die eraan denkt deze reis te maken hebben we een aantal suggesties.
Zorg dat je goede kaarten bij je hebt (1:50.000, met fietsroutes). De fietsroute langs de Rijn zou een redelijke alternatief voor onze route zijn. Er is één boek dat de gehele route van Mainz naar Rotterdam beschrijft, compleet met een lijst met hotels die “fietsvriendelijk” zijn. Het is een boekje van BikeLine en heet “Rhein-Radweg, Teil 3: Von Mainz nach Rotterdam”. Deze is bij amazon.de te bestellen, die ook alle data die je op je account op amazon.com hebt opgeslagen vasthoudt. Op de fietsroute langs de Rijn bevinden zich teveel steden voor een groep van drie Cab-Bikes, waarvan één bestuurder niet goed gewend was aan het maken van fietstochten, maar is misschien wel geschikt voor iemand die alleen reist. Als je met iemand anders fietst, spreek dan van tevoren signalen af. We hadden onze “familie radio’s” mee willen nemen, maar deze mochten we niet gebruiken omdat de frequenties waarop deze opereren de frequenties waarop het rivier transport opereert overlapten. Wij moesten genoegen nemen met handsignalen, maar dat werkte niet altijd goed.
Als je van de toeristische hoofdroutes afwijkt, zorg dan dat je een beetje Nederlands hebt geleerd en neem op zijn minst een vertaalboekje mee. Hoewel vaak het tegendeel wordt beweerd, spreken niet alle Hollanders Engels. Ze zijn echter wel ontzettend vriendelijk en willen met alle plezier Nederlands tegen je praten, en zelfs langzaam praten zodat je de kans krijgt om te verstaan wat ze zeggen.